Overslaan en naar de inhoud gaan

Spook langs de kust: wat verklaart rode gloed op de stikstofkaart?

Mike Muller

Vandaag om 12:18

AMSTERDAM

Langs de Nederlandse kustzone waart een stikstofspook. Het RIVM meet hier veel meer ammoniak dan het eigen model voor mogelijk houdt. Onderzoekers proberen te verklaren waar dit vandaan komt, maar tasten in het duister. Intussen moeten provincies beleid maken met een model dat rammelt. Noord-Holland trekt nu echter een streep in het zand.

Toen stikstofminister Christianne van der Wal vorig jaar haar beruchte ’stikstofkaartje’ presenteerde, waarin duidelijk werd waar de meeste stikstofproblemen zitten, kleurde – naast de bekende hotspots in het zuiden en oosten van het land – de Nederlandse kustzone rood. Er zou ’ammoniak uit zee’ komen, was de verklaring die het RIVM gaf.

Kletskoek, oordeelt professor Han Lindeboom, jarenlang verbonden als hoogleraar Mariene Ecologie aan de WUR. „Er komt geen ammoniak uit de Noordzee”, is hij stellig. Maar hij krijgt weinig voet aan de grond. „En dat terwijl de stikstofdepositie met zo’n 25 procent wordt overschat”, zegt hij. De Telegraaf besluit bij het RIVM documenten op te vragen. Daaruit volgt dat onderzoekers vinden dat Lindeboom wel degelijk ’een punt’ heeft en dat nader onderzoek moet worden gedaan. „Nadere analyse heeft laten zien dat de emissies die we hiervoor gebruiken, waarschijnlijk veel te hoog zijn en de twijfels dus waarschijnlijk terecht zijn.”

Veel meer ammoniak

Maar het eigen rekenmodel? Dat houdt men staande. Nog steeds meten onderzoekers namelijk veel meer ammoniak dan volgens het eigen model mogelijk zou moeten zijn. Het zorgt voor hoofdbrekens. Het RIVM beweerde immers altijd dat ’ammoniak uit zee’ kwam. Toen het instituut dat niet goed kon onderbouwen, werd dit aangepast naar ’ammoniak van zee’.

Inmiddels is het RIVM nóg voorzichtiger en spreekt men slechts over een ’meetcorrectie’. Waar de gemeten ammoniak precies vandaan komt, daarover blijft men gissen. Uit een deze week uitgebracht onderzoek blijkt dat metingen kloppen en er óók geen andere ammoniakbronnen zijn die het verschil verklaren. „Vermoed wordt dat lokale omstandigheden, zoals het weer aan de kust of het grillige landschap, de verschillen tussen metingen en het model verklaren”, is nu de uitleg die minister Van der Wal geeft.

Gehele kuststrook

Maar volgens professor Lindeboom – zelf gepromoveerd op stikstof – zit het venijn in het rekenmodel van het RIVM zélf. „Voor de gehele kuststrook zit er een fout in het RIVM-model. Ze hebben nu alleen de naam veranderd”, zegt hij. „Maar dit overschat de stikstofdepositie. Diverse projecten zijn als gevolg van een gebrek aan ’stikstofruimte’ onnodig niet doorgegaan of gestopt. Daarnaast zijn de garnalenvissers de dupe en moeten zij allerhande maatregelen nemen of zelfs stoppen. En dat alleen om het imago van het RIVM en zijn modellering te redden.”

Uit interne stukken blijkt dat RIVM’ers achter de schermen wel degelijk snappen dat zij zich ’in een behoorlijk lastige positie aan het manoeuvreren zijn’. In geopenbaarde documenten staat: „We hebben een post ’ammoniak van zee’ waarvan we wel met enige zekerheid kunnen zeggen dat die ongeveer een factor 200+ te hoog is (en er dus in termen van depositie niets van over blijft).”

In juni 2022 beseft het RIVM dat voorgestelde aanpassingen ’grote gevolgen hebben voor de boeren langs de kust’. „Net hebben ze gehoord dat ze geen bestaansrecht meer hebben, en in dezelfde week zie ik de kaart waardoor het aantal overbelaste hectare sterk gaat afnemen op die locaties waardoor geen sprake meer is van overbelaste natuur – en er daar ter plekke waarschijnlijk geen 70% reductie meer geldt als we het nu zouden berekenen. (…) Ik vind het nogal wat.”

Duinengat

Intussen is het voor kustprovincies volstrekt onduidelijk waarop zij beleid moeten maken. Het RIVM kondigt immers nóg meer onderzoek aan om het ’duinengat’ te verklaren. De Noord-Hollandse provinciebestuurder Esther Rommel trekt met alle kustprovincies op en wil dat naast het RIVM ook andere onderzoeksinstituten aanhaken bij het vervolgonderzoek.

„Wij kunnen niet leven met enerzijds het opleveren van een gebiedsplan (het plan waarin de opgaven voor stikstofbeleid staan, red.), maar tegelijkertijd moeten wachten op uitkomsten van nieuw onderzoek over de meetcorrectie”, zegt ze. Zolang er geen uitkomsten zijn, voelt Noord-Holland „zich niet verantwoordelijk voor het terugbrengen van deze stikstofbron”. Rommel eist ook opheldering van minister Van der Wal. „We willen van het Rijk weten wat dit gaat betekenen voor onze opgaven.”

Professor Lindeboom: „Voor de gehele kuststrook zit er een fout in het RIVM-model.”

Het RIVM verwijst naar zijn laatste onderzoek. Op geopenbaarde passages wil de woordvoerder niet ingaan. „Intercollegiale discussie hoort bij wetenschap. Daarbij hoort dat je elkaar kritisch bevraagt vanuit verschillende standpunten. En je ziet dat in deze stukken terugkomen, zonder context. Voor ons geldt dat het RIVM niet op specifieke vragen over teksten uit de openbaar gemaakte documenten zal reageren.”

Meetcorrectie

Minister Van der Wal laat weten dat er al een ’meetcorrectie’ is doorgevoerd „om de berekeningen door het model zo dicht mogelijk aan te laten sluiten bij de werkelijkheid. De metingen zijn daarbij leidend. Dat model met meetcorrectie blijven we nu gebruiken.”

Zij erkent dat ’zolang er geen eenduidige verklaring is voor de herkomst van de hoge meetcorrectie’, provincies ’ook geen maatregelen kunnen nemen voor dit deel van de totale depositie’. Wel roept ze de kustprovincies op om ’gewoon verder’ te gaan met de gebiedsplannen. „Geadviseerd wordt om te blijven focussen op de bekende bronnen.”